Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:5

2019-01-08 Strafrecht 17/01813
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-01-08
Publicatiedatum
2019-01-03
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/01813
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/151

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Oplichting en inbreuk auteursrecht. Art. 326 Sr en 31b, 31 en 31a Auteurswet. Oplichting door versturen brief en acceptgirokaart van ‘Kantoor voor Klanten’, waardoor benadeelden dachten te maken te hebben met de Kamer van Koophandel? Bewijsklachten oplichting, motivering betrouwbaarheid verklaringen medeverdachten en eendaadse samenloop. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/01839 en 17/03410.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.449 tekens)
8 januari 2019
Strafkamer
nr. S 17/01813

Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 30 maart 2017, nummer 21/001428-13, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974.




1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.





2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.




3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 januari 2019.