Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:469

2019-04-02 Strafrecht 17/03169
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-04-02
Publicatiedatum
2019-04-01
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/03169
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/480

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Zedendelicten, seksueel misbruik van minderjarige nichtjes. Middelen over 1. betrouwbaarheid verklaring aangeefster, 2. afwijzing verzoek tot benoeming deskundige, 3. Bewijsminimum, unus testis, art. 342.2 Sv, 4. Straftoemeting en medische beperkingen verdachte en 5. bewijs daderschap in het licht van medische beperkingen verdachte. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (6)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.413 tekens)
2 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/03169


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 maart 2017, nummer 23/001166-15, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960.




1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.T. Laigsingh, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.





2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.




3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2019.