Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1923
2019-12-10
Strafrecht
19/00302
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:1923 → ECLI:NL:PHR:2019:1291
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv en 94a Sv op sloep onder ander t.z.v. verdenking van hennepteelt. 1. Heeft Rb ten onrechte niet beslist op beklag, v.zv. gericht tegen ex art. 94 Sv gelegd beslag? 2. Heeft Rb juiste maatstaf aangelegd bij beoordeling klaagschrift, v.zv. gericht tegen ex art. 94a Sv gelegd beslag? 3. Motivering oordeel Rb dat klager niet buiten redelijke twijfel als eigenaar van sloep is aan te merken. Is inbeslaggenomen sloep registergoed? 4. Ontbreken p-v betreffende uitspreken van bestreden beschikking. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2026:869 Parket bij de Hoge Raad 15-09-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (1.609 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/00302
Datum 10 december 2019
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Midden‑Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 18 december 2018, nummer RK 18/2036, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de klager.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben Th.J. Kelder en S.W.M. Stevens, beiden advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2019.
STRAFKAMER
Nummer 19/00302
Datum 10 december 2019
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Midden‑Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 18 december 2018, nummer RK 18/2036, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de klager.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben Th.J. Kelder en S.W.M. Stevens, beiden advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2019.