Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1902

2019-12-10 Strafrecht 18/03538
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-12-10
Publicatiedatum
2019-12-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/03538
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/76

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen van zonder consent invoeren vanuit België van pistolen en revolverframes, meermalen gepleegd (art. 14.1 WWM) en medeplegen van zonder erkenning transformeren van alarm- en startpistolen, meermalen gepleegd (art. 9.1 jo. 55.3.a WWM). Kunnen alarm- en startpistolen worden aangemerkt als wapens a.b.i. categorie III van art. 2.1. WWM? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.525 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 18/03538

Datum 10 december 2019




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 augustus 2018, nummer 22/000861-15, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2019.