Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1886

2019-12-03 Strafrecht 18/03372
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-12-03
Publicatiedatum
2019-12-02
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/03372
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/66

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op een vordering van klaagster tot een bedrag van bijna 22 mln. USD onder een derde-beslagene, ten laste van klaagster t.z.v. verdenking van witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Middel over door de Rb gehanteerde maatstaf en motivering van de ongegrondverklaring beklag. HR: art. 81.1 RO. Vervolg op ECLI:NL:HR:2019:487.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (5)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.512 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER





Nummer 18/03372 B

Datum 3 december 2019




BESCHIKKING




op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 28 juni 2018, nummer RK 18/450, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend



door




[klaagster],
gevestigd te [plaats],
hierna: de klaagster.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft R.J.F. ten Ham, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 december 2019.