Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1815

2019-11-19 Strafrecht 18/03934
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-11-19
Publicatiedatum
2019-11-19
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/03934
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/1232

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Jeugdzaak. Diefstal van goederen uit auto (art. 311.1.5 Sr) en wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg (art. 180 jo 181.1 Sr) bij aanhouding waardoor politieambtenaar pijnlijke linkerknie en schaafwonden heeft opgelopen. Klacht dat bewezenverklaarde “schaafwonden op rechterknie” niet uit b.m. blijkt en dat “pijnlijke knie” niet kan worden aangemerkt als lichamelijk letsel a.b.i. art. 181.1 Sr. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.546 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 18/03934

Datum 19 november 2019




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 2 augustus 2018, nummer 22/003648-17, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M. Berndsen en C.J.J. Visser, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 november 2019.