Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1179
2019-07-12
Bestuursrecht; Belastingrecht
18/04360
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:1179 → ECLI:NL:GHDHA:2018:2269
Inhoudsindicatie
Klachten over de belasting van vermogensrendement (box 3), belastingjaar 2015, HR verwijst naar de arresten van 12 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:816 en ECL:NL:HR:2019:817
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2019:816 Hoge Raad 14-06-2019
Geciteerd door (23)
- ECLI:NL:RBZWB:2025:2333 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-04-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2024:4544 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 03-07-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:4112 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2023:7248 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19-10-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2023:692 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 01-03-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2022:297 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-01-2022
- ECLI:NL:RBZWB:2021:5634 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 04-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1019 Parket bij de Hoge Raad 01-11-2021
- ECLI:NL:RBZWB:2021:5113 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11-10-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:293 Parket bij de Hoge Raad 25-03-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:238 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-01-2021
- ECLI:NL:GHAMS:2020:2538 Gerechtshof Amsterdam 22-09-2020
- ECLI:NL:GHAMS:2020:2538 Gerechtshof Amsterdam 22-09-2020
- ECLI:NL:GHAMS:2020:2539 Gerechtshof Amsterdam 22-09-2020
- ECLI:NL:GHAMS:2020:2539 Gerechtshof Amsterdam 22-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:211 Parket bij de Hoge Raad 05-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:211 Parket bij de Hoge Raad 05-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:186 Parket bij de Hoge Raad 27-02-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:186 Parket bij de Hoge Raad 27-02-2020
- ECLI:NL:RBNHO:2019:7040 Rechtbank Noord-Holland 19-08-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2019:7040 Rechtbank Noord-Holland 19-08-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2019:7039 Rechtbank Noord-Holland 19-08-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2019:7039 Rechtbank Noord-Holland 19-08-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.984 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 18/04360
Datum 12 juli 2019
ARREST
In de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 4 september 2018, nr. BK-18/00411, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 17/5613) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie en de arresten van de Hoge Raad van 14 juni 2019, gepubliceerd onder de nummers ECLI:NL:HR:2019:816 en ECL:NL:HR:2019:817, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2019.
BELASTINGKAMER
Nummer 18/04360
Datum 12 juli 2019
ARREST
In de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 4 september 2018, nr. BK-18/00411, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 17/5613) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie en de arresten van de Hoge Raad van 14 juni 2019, gepubliceerd onder de nummers ECLI:NL:HR:2019:816 en ECL:NL:HR:2019:817, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2019.