Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1073
2019-07-02
Strafrecht
17/03880
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:1073 → ECLI:NL:GHDHA:2017:2252 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:1073 → ECLI:NL:PHR:2019:528
Inhoudsindicatie
Aanwezig hebben hennep (art. 3.C Opiumwet) en hennepteelt in woning (art. 3.B Opiumwet). Middelen over 1. bewijsklacht daderschap van de verdachte, 2. uos aanwezigheid van verdachte in woning en aanwezig hebben en telen hennep, 3. afwijzing voorwaardelijk getuigenverzoek en 4. vordering b.p. en rechtstreekse schade van de huiseigenaar in wiens huis de hennepplantage was opgezet. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/03879.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2025:1351 Parket bij de Hoge Raad 09-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2021:567 Parket bij de Hoge Raad 15-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2019:807 Parket bij de Hoge Raad 27-08-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.527 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 17/03880
Datum 2 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 1 augustus 2017, nummer 22/001088-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.P. Visser, advocaat te
's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren
Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2019.
STRAFKAMER
Nummer 17/03880
Datum 2 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 1 augustus 2017, nummer 22/001088-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.P. Visser, advocaat te
's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren
Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2019.