Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1071
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:1071 → ECLI:NL:GHARL:2015:2767 (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:1071 → ECLI:NL:PHR:2019:597
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Economische zaak. Hof heeft OvJ n-o verklaard in h.b. tegen mondelinge beslissing Rb tot n-o verklaring OvJ in vervolging, zoals aangetekend in p-v tz. (zonder schriftelijk vonnis), omdat beslissing Rb geen einduitspraak is. Mondelinge beslissing Rb aan te merken als einduitspraak a.b.i. art. 138 Sv? HR: Op gronden vermeld in ECLI:NL:HR:2016:1 is middel terecht voorgesteld. ECLI:NL:HR:2016:1: Beslissing Rb tot n-o verklaring OvJ in vervolging is einduitspraak in de zin van art. 138 Sv. Ex art. 404.1 Sv staat tegen dergelijke einduitspraak h.b. open. Hof heeft OvJ dus ten onrechte n-o verklaard in ingesteld h.b. Omstandigheid dat Rb heeft volstaan met geven van mondeling vonnis dat is aangetekend in p-v van tz., kan grond vormen voor vernietiging van dat vonnis in h.b. op de grond dat het niet aan voorschriften van art. 358 en 359 Sv voldoet maar brengt niet mee dat geen sprake is van einduitspraak waartegen h.b. kan worden ingesteld. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 18/05082 E.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2016:1 Hoge Raad 05-01-2016
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.039 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 18/05081
Datum 9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, Economische Kamer, van 16 april 2015, nummer 21/003702-14, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,
hierna: de verdachte.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Het heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, economische kamer, om opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het middel
2.1
Het middel klaagt dat het oordeel van het Hof dat de door de Rechtbank op 12 juni 2014 gegeven beslissing geen einduitspraak is in de zin van art. 138 Sv waartegen hoger beroep openstaat, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans ontoereikend is gemotiveerd.
2.2
Op de gronden die zijn vermeld in HR 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:1 is het middel terecht voorgesteld.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.