Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1037
2019-06-25
Strafrecht
19/01348
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:1037 → ECLI:NL:PHR:2019:584
Inhoudsindicatie
Vervolgingsuitlevering van opgeëiste persoon (Turkse en Nederlandse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. invoer van heroïne van Iran naar Turkije in 2011 en deelname aan criminele organisatie. 1. Bevoegdheidstoedeling aan uitleveringsrechter en Minister. Is uitleveringsrechter bevoegd te oordelen over beroep op dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM vanwege overschrijding redelijke termijn en slechte detentieomstandigheden? HR: art. 81.1 RO. 2. Onvoldoende duidelijke vermelding feiten, art. 28.3 UW. HR ambtshalve: verbeterde lezing in rov. 1.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2021:27 Parket bij de Hoge Raad 12-01-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:156 Parket bij de Hoge Raad 18-02-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (2.384 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/01348 U
Datum 25 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 28 februari 2019, nummer [001] , op een verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering
van
[de opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,
hierna: de opgeëiste persoon.
1De bestreden uitspraak
De Rechtbank heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon toelaatbaar verklaard ter strafvervolging ter zake van - naar de Hoge Raad begrijpt - de feiten zoals omschreven in de “Warrant of arrest aimed at detention” van de “Istanbul 2nd Heavy Penal Court” van 14 september 2018 en de “Facts regarding the commission of offense” van de “Judge of Istanbul 2nd Heavy Penal Court” van 14 september 2018.
2Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft M. van Stratum, advocaat te Nootdorp, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de vermelding van de feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan, tot toelaatbaarverklaring van de uitlevering ter fine van vervolging ter zake van de feiten zoals omschreven in de “Warrant of Arrest Aimed at Detention” en “Facts regarding the commission of offense”, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
3Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2019.
STRAFKAMER
Nummer 19/01348 U
Datum 25 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 28 februari 2019, nummer [001] , op een verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering
van
[de opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,
hierna: de opgeëiste persoon.
1De bestreden uitspraak
De Rechtbank heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon toelaatbaar verklaard ter strafvervolging ter zake van - naar de Hoge Raad begrijpt - de feiten zoals omschreven in de “Warrant of arrest aimed at detention” van de “Istanbul 2nd Heavy Penal Court” van 14 september 2018 en de “Facts regarding the commission of offense” van de “Judge of Istanbul 2nd Heavy Penal Court” van 14 september 2018.
2Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft M. van Stratum, advocaat te Nootdorp, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de vermelding van de feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan, tot toelaatbaarverklaring van de uitlevering ter fine van vervolging ter zake van de feiten zoals omschreven in de “Warrant of Arrest Aimed at Detention” en “Facts regarding the commission of offense”, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
3Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2019.