Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1013

2019-06-25 Strafrecht 17/04458
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-06-25
Publicatiedatum
2019-06-20
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/04458
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/808

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Rijden onder invloed, art. 8.2.b WVW 1994. Bloedonderzoek. Dient uitslag bloedonderzoek van bewijs te worden uitgesloten wegens schending van art. 6 Regeling bloed- en urineonderzoek (oud), nu identiteitszegel ontbreekt op het tegen verdachte opgemaakte p-v, zodat strike waarborg van bloedonderzoek niet is nageleefd? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.551 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN






STRAFKAMER







Nummer 17/04458

Datum 25 juni 2019





ARREST





op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 8 september 2017, nummer 22/003833-16, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954,
hierna: de verdachte.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2019.