Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:10

2019-01-22 Strafrecht 17/02013
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-01-22
Publicatiedatum
2019-01-03
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/02013
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/192

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben 27 gram amfetamine in woning waar verdachte op bezoek was voor “feestje” met drugsgebruik, art. 2.C Opiumwet. Bewijsklacht “aanwezig hebben”. Bevond amfetamine zich in machtssfeer verdachte? HR: art. 81.1 RO. CAG: Verdachte is naar de woning van A gegaan voor een “feestje” waarvoor de vrouw “alles” in huis had en heeft haar € 100 betaald als onkostenvergoeding voor de drugs die hij zou gebruiken. Daaruit blijkt dat verdachte naar haar is toegegaan om samen verdovende middelen te gebruiken. Het zakje amfetamine bevond zich betrekkelijk open en bloot in dezelfde ruimte waar verdachte en A die nacht drugs hebben gebruikt. Dat de in die ruimte aanwezige drugs zich in de machtssfeer van verdachte bevonden, heeft het hof kunnen afleiden uit zijn verklaring dat hij “alle drugs” mocht gebruiken die hij maar wilde.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.470 tekens)
22 januari 2019
Strafkamer
nr. S 17/02013



Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 7 februari 2017, nummer 21/003759-16, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.G.T. Stapelbroek-Klooken, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het middel


Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 januari 2019.