Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:10
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:10 → ECLI:NL:PHR:2018:1308
Inhoudsindicatie
Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben 27 gram amfetamine in woning waar verdachte op bezoek was voor “feestje” met drugsgebruik, art. 2.C Opiumwet. Bewijsklacht “aanwezig hebben”. Bevond amfetamine zich in machtssfeer verdachte? HR: art. 81.1 RO. CAG: Verdachte is naar de woning van A gegaan voor een “feestje” waarvoor de vrouw “alles” in huis had en heeft haar € 100 betaald als onkostenvergoeding voor de drugs die hij zou gebruiken. Daaruit blijkt dat verdachte naar haar is toegegaan om samen verdovende middelen te gebruiken. Het zakje amfetamine bevond zich betrekkelijk open en bloot in dezelfde ruimte waar verdachte en A die nacht drugs hebben gebruikt. Dat de in die ruimte aanwezige drugs zich in de machtssfeer van verdachte bevonden, heeft het hof kunnen afleiden uit zijn verklaring dat hij “alle drugs” mocht gebruiken die hij maar wilde.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2022:1002 Parket bij de Hoge Raad 01-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:609 Parket bij de Hoge Raad 10-05-2022
- ECLI:NL:PHR:2019:357 Parket bij de Hoge Raad 19-02-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.470 tekens)
Strafkamer
nr. S 17/02013
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 7 februari 2017, nummer 21/003759-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.G.T. Stapelbroek-Klooken, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 januari 2019.