Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:973
2018-06-22
Civiel recht
17/02062
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2018:973 → ECLI:NL:GHARL:2017:529 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:973 → ECLI:NL:PHR:2018:403 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Verzekeraar weigert uitkering met beroep op in de polis opgenomen voorbehoud. Uitleg polis, Haviltex-maatstaf, uitleg contra proferentem.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2022:42 Parket bij de Hoge Raad 21-01-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:42 Parket bij de Hoge Raad 21-01-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:42 Parket bij de Hoge Raad 21-01-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.485 tekens)
22 juni 2018
Eerste Kamer
17/02062
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiseres 2],gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
ABN AMRO SCHADEVERZEKERING N.V.,gevestigd te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Eiseressen zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als [eiseres] c.s. en verweerster als ABN AMRO.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/08/161711/HA ZA 14-455 van de rechtbank Overijssel van 8 juli 2015;
b. het arrest in de zaak 200.178.203/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 januari 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiseres] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ABN AMRO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het beroep.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde vanABN AMRO begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris,vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 22 juni 2018.
Eerste Kamer
17/02062
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiseres 2],gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
ABN AMRO SCHADEVERZEKERING N.V.,gevestigd te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Eiseressen zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als [eiseres] c.s. en verweerster als ABN AMRO.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/08/161711/HA ZA 14-455 van de rechtbank Overijssel van 8 juli 2015;
b. het arrest in de zaak 200.178.203/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 januari 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiseres] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ABN AMRO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het beroep.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde vanABN AMRO begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris,vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 22 juni 2018.