Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:926
2018-06-15
Bestuursrecht; Belastingrecht
17/05145
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2018:926 → ECLI:NL:GHDHA:2017:2784
Inhoudsindicatie
HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:HR:2026:1027 Hoge Raad 26-06-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:756 Parket bij de Hoge Raad 04-07-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1334 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17-04-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2021:6348 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13-12-2021
- ECLI:NL:RBROT:2020:337 Rechtbank Rotterdam 17-01-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (1.981 tekens)
15 juni 2018
nr. 17/05145
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst te Hulst (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 26 september 2017, nr. BK-16/00583, op het hoger beroep van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. 16/1016) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslag in de precariobelasting van de gemeente Hulst.
1Geding in cassatie
Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1002 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2018.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst wordt een griffierecht geheven van € 501.
nr. 17/05145
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst te Hulst (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 26 september 2017, nr. BK-16/00583, op het hoger beroep van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. 16/1016) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslag in de precariobelasting van de gemeente Hulst.
1Geding in cassatie
Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1002 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2018.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst wordt een griffierecht geheven van € 501.