Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:916

2018-06-15 Civiel recht 17/01483
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-06-15
Publicatiedatum
2018-06-14
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/01483
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2018/729 | RFR 2018/123

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Vordering tot schadevergoeding na (gedwongen) instemming met echtscheiding naar Joods recht. Zorgplicht synagoge om onrechtmatig handelen te voorkomen? Aansprakelijkheid synagoge op grond van art. 6:170 BW voor handelen rabbijn? (Vervolg op HR 18 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0571.)

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.939 tekens)
15 juni 2018
Eerste Kamer
17/01483
LZ


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


in de zaak van:



[eiser] ,wonende te [woonplaats] ,
EISER in het principaal cassatieberoep, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: aanvankelijk mr. A.H.H. Conradi-Vermeulen; thans mr. A.H. Vermeulen,




t e g e n




NEDERLANDSE ISRAËLITISCHE HOOFDSYNAGOGE h.o.d.n. Joodse Gemeente Amsterdam,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in het principaal cassatieberoep, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.



Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en NIHS.





1Het geding
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. zijn arrest in deze zaak van 18 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0571, NJ 2012/315;
b. de arresten in de zaak 200.103.964/01 van het gerechtshof Den Haag van 23 september 2014, 23 juni 2015 en 29 november 2016.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.




2Het tweede geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 23 september 2014, 23 juni 2015 en 29 november 2016 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. NIHS heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor NIHS toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het principaal beroep.
De advocaat van NIHS heeft bij brief van 13 april 2018 op die conclusie gereageerd.





3Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.





4Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NIHS begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.



Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president G. de Groot op 15 juni 2018.