Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:86

2018-01-23 Strafrecht 16/01627
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-01-23
Publicatiedatum
2018-01-24
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
16/01627
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2018/210

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit medeplichtigheid aan oplichting. Falende middelen m.b.t. 1. voordeel dat betrokkene daadwerkelijk heeft behaald, 2. afwijzing ttz. in h.b. gedaan voorwaardelijk getuigenverzoek, 3. rechtsgevolg overschrijding redelijke termijn in e.a. en h.b. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (7)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.506 tekens)
23 januari 2018
Strafkamer
nr. S 16/01627 P
ABO


Hoge Raad der Nederlanden





Arrest



op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 15 maart 2016, nummer 22/002821-12, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.J.G.J. Cornelissen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2018.