Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:78

2018-01-23 Strafrecht 16/00262
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-01-23
Publicatiedatum
2018-01-24
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
16/00262
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJB 2018/313 | RvdW 2018/191 | SR-Updates.nl 2018-0050 | NJ 2021/131 | NbSr 2018/66 met annotatie van Mr. J. Boksem

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verwerping tot strafvermindering strekkend verweer dat verdachte ten onrechte voorafgaand aan zijn politieverhoor geen consult heeft gehad met zijn voorkeursadvocaat, art. 359a Sv. Omvat consultatierecht het recht om voorafgaand aan politieverhoor een voorkeursadvocaat te kunnen raadplegen? Blijkens ’s Hofs overwegingen hield het verweer in dat sprake is van een vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv en dat zulks tot strafvermindering dient te leiden. Reeds omdat uit niets blijkt dat bij de behandeling van de zaak door of namens verdachte iets is aangevoerd over het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel, had het Hof het verweer slechts kunnen verwerpen. CAG over de vraag of, gelet op EHRM Dvorski v. Kroatië nr. 25703/11, sprake is van een vormverzuim als verdachte de mogelijkheid is onthouden om voorafgaand aan zijn politieverhoor zijn voorkeursadvocaat te consulteren maar wel consultatiebijstand heeft gehad van een piketadvocaat.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (12)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.728 tekens)
23 januari 2018
Strafkamer
nr. S 16/00262
LBS/SK


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 28 december 2015, nummer 22/002313-15, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E. Tamas, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het eerste middel


2.1.
Het middel komt op tegen de verwerping van een tot strafvermindering strekkend verweer, inhoudende dat "de verdachte voorafgaand aan zijn verhoor bij de politie ten onrechte geen consult heeft gehad met zijn voorkeursadvocaat".



2.2.

Het Hof heeft de door de raadsman van de verdachte gevoerde verweren, voor zover in cassatie van belang, als volgt samengevat en verworpen:
"Verweren
De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep de volgende verweren gevoerd:
1. Er sprake is van een schending van artikel 38 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, nu de verdachte voorafgaande aan zijn verhoor bij de politie geen consult heeft gehad met zijn voorkeursadvocaat. Deze schending en het nadeel dat de verdachte daarvan heeft ondervonden dient verdisconteerd te worden in de straf(maat);
(...)
Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
Ad 1.
Voor zover de raadsman met zijn betoog een beroep heeft willen doen op de zogenaamde "Salduz-jurisprudentie" stelt het hof vast dat het proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte (pag. 13) blijkt dat de verdachte voorafgaande aan zijn verhoor bij de politie overleg heeft gevoerd met een advocaat en dat er derhalve geen sprake is van een schending van het consultatierecht van de verdachte. Dat deze advocaat niet zijn voorkeursadvocaat was, maakt dat niet anders en leidt in elk geval niet tot de conclusie dat sprake is van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv. Het hof verwerpt het verweer."




2.3.
Blijkens de overwegingen van het Hof, hield het in het middel bedoelde verweer in dat sprake is van een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv en dat zulks tot strafvermindering dient te leiden. Reeds omdat uit niets blijkt dat bij de behandeling van de zaak door of namens de verdachte iets is aangevoerd over het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel, had het Hof het verweer slechts kunnen verwerpen.



2.4.
Het middel is tevergeefs voorgesteld.





3Beoordeling van het tweede middel


Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





4Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2018.