Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:71
2018-01-23
Strafrecht
16/01472
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:71 → ECLI:NL:PHR:2017:1470 gevolgd
Inhoudsindicatie
1. Schuldheling telefoon, art. 417bis.1.a Sr. Falende bewijsklacht inhoudende dat verdachte t.t.v. voorhanden krijgen van de telefoon niet redelijkerwijs moest vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig was. 2. Gekwalificeerde diefstal in een woning en poging tot gekwalificeerde diefstal. Falende klacht m.b.t. gebruik voor bewijs van resultaten onderzoek aan smartphone van verdachte. 3. Falende motiveringsklacht toewijzing vordering b.p. i.v.m. vergoeding kosten SD-kaart. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2020:530 Parket bij de Hoge Raad 02-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:534 Parket bij de Hoge Raad 21-05-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:997 Parket bij de Hoge Raad 18-09-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:764 Parket bij de Hoge Raad 15-05-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.407 tekens)
23 januari 2018
Strafkamer
nr. S 16/01472
LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 8 maart 2016, nummer 22/005031-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W. Römelingh, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2018.
Strafkamer
nr. S 16/01472
LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 8 maart 2016, nummer 22/005031-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W. Römelingh, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2018.