Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:70

2018-01-23 Strafrecht 15/04861
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-01-23
Publicatiedatum
2018-01-23
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
15/04861
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2018/199

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Voortgezette handeling van medeplegen van voorbereiding van moord en medeplegen van uitlokking van poging tot moord; eendaadse samenloop van poging tot afpersing in vereniging en medeplegen van poging tot afdreiging. Falende middelen over verwerping verweer m.b.t. opzet op de dood en denaturering getuigenverklaring en over uos m.b.t. poging tot afpersing. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/03982, 15/04093, 15/04391 en 17/00194.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.651 tekens)
23 januari 2018
Strafkamer
nr. S 15/04861
PMO/AGE

Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 17 augustus 2015, nummers 23/002488-13 en 23/004533-14, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.


2 Beoordeling van het derde middel




2.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden.



2.2.
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van 9 jaren. In de omstandigheid dat de Hoge Raad eerst uitspraak kan doen nadat meer dan 28 maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep, vindt de Hoge Raad aanleiding de opgelegde gevangenisstraf te verminderen met 7 maanden.





3Beoordeling van de overige middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





4Slotsom


Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.





5Beslissing


De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze acht jaren en vijf maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2018.