Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:697
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:697 → ECLI:NL:PHR:2018:311
Inhoudsindicatie
Aan cassatieschriftuur gehechte stelbrief raadsman niet bij stukken, art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv. Verzuim afschrift appeldagvaarding aan raadsman verdachte te zenden. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Noch verdachte noch een raadsman is ttz. in h.b. verschenen. Uit aan cassatieschriftuur gehechte stukken - te weten een stelbrief in h.b. en een verzendcontrolerapport waaruit kan worden afgeleid dat deze brief per fax is verzonden naar het destijds geldende faxnummer van de strafgriffie van Hof - vloeit het ernstige vermoeden voort dat zich in h.b. wel een raadsman heeft gesteld maar dat het voorschrift van art. 51 (oud) Sv niet is nageleefd. Niet naleving van dit voorschrift staat in de weg aan geldige behandeling van de zaak ttz. in h.b. buiten tegenwoordigheid verdachte en diens raadsman. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2022:1111 Parket bij de Hoge Raad 13-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2020:78 Parket bij de Hoge Raad 04-02-2020
- ECLI:NL:PHR:2018:1096 Parket bij de Hoge Raad 28-08-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1120 Parket bij de Hoge Raad 28-08-2018
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.075 tekens)
Strafkamer
nr. S 15/05508
SK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 3 november 2015, nummer 22/004218-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft O.J. Much, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt dat in hoger beroep het voorschrift van art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv niet is nageleefd, doordat is verzuimd een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman van de verdachte te zenden.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 7 is het middel terecht voorgesteld.
3Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 mei 2018.