Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:583
2018-04-13
Bestuursrecht; Belastingrecht
17/01548
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2018:583 → ECLI:NL:GHARL:2017:1591
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (49)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1148 Gerechtshof Den Haag 08-05-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1145 Gerechtshof Den Haag 08-05-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1147 Gerechtshof Den Haag 08-05-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1149 Gerechtshof Den Haag 08-05-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1146 Gerechtshof Den Haag 08-05-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:388 Gerechtshof Den Haag 27-02-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:389 Gerechtshof Den Haag 27-02-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1641 Gerechtshof Den Haag 05-06-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:887 Gerechtshof Den Haag 01-05-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2022:2825 Gerechtshof Den Haag 24-11-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:2823 Gerechtshof Den Haag 24-11-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:2826 Gerechtshof Den Haag 24-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2021:11976 Rechtbank Den Haag 04-11-2021
- ECLI:NL:RBDHA:2021:11978 Rechtbank Den Haag 04-11-2021
- ECLI:NL:RBDHA:2021:11977 Rechtbank Den Haag 04-11-2021
- ECLI:NL:RBZWB:2021:4822 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24-09-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1387 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1448 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1453 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1450 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1456 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1455 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1451 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1454 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1449 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1386 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1386 Gerechtshof Den Haag 15-07-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:69 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 05-01-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:68 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 05-01-2021
- ECLI:NL:GHARL:2020:7490 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22-09-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:7488 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22-09-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:7489 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22-09-2020
- ECLI:NL:GHDHA:2020:2810 Gerechtshof Den Haag 14-08-2020
- ECLI:NL:GHDHA:2020:1539 Gerechtshof Den Haag 14-08-2020
- ECLI:NL:RBZWB:2020:1631 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30-03-2020
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3983 Gerechtshof Den Haag 25-10-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3970 Gerechtshof Den Haag 28-06-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3964 Gerechtshof Den Haag 03-05-2019
- ECLI:NL:RBNNE:2019:1149 Rechtbank Noord-Nederland 04-04-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:717 Gerechtshof Den Haag 29-03-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3710 Gerechtshof Den Haag 04-01-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3734 Gerechtshof Den Haag 04-01-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3735 Gerechtshof Den Haag 04-01-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3729 Gerechtshof Den Haag 04-01-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3730 Gerechtshof Den Haag 04-01-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3731 Gerechtshof Den Haag 04-01-2019
- ECLI:NL:RBDHA:2018:14486 Rechtbank Den Haag 29-11-2018
- ECLI:NL:RBDHA:2018:14806 Rechtbank Den Haag 23-10-2018
- ECLI:NL:RBNNE:2018:2926 Rechtbank Noord-Nederland 25-07-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.710 tekens)
13 april 2018
Nr. 17/01548
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2017, nr. 15/00422, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 12/2856) betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto's en motorrijwielen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
Zowel de Staatssecretaris van Financiën als de Minister van Veiligheid en Justitie heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een conclusie van dupliek ingediend.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, J.A.C.A. Overgaauw, P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2018.
Nr. 17/01548
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2017, nr. 15/00422, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 12/2856) betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto's en motorrijwielen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
Zowel de Staatssecretaris van Financiën als de Minister van Veiligheid en Justitie heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een conclusie van dupliek ingediend.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, J.A.C.A. Overgaauw, P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2018.