Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:568
2018-04-13
Bestuursrecht; Belastingrecht
17/04027
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2018:568 → ECLI:NL:GHARL:2017:5864
- herstel ECLI:NL:HR:2018:801 → ECLI:NL:HR:2018:568
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:GHSHE:2020:1751 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:534 Parket bij de Hoge Raad 27-05-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:534 Parket bij de Hoge Raad 27-05-2020
- ECLI:NL:GHARL:2019:5829 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16-07-2019
- ECLI:NL:HR:2018:801 Hoge Raad 01-06-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.675 tekens)
13 april 2018
Nr. 17/04027
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 juli 2017, nr. 15/01235, op het hoger beroep van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 14/7439) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikking.
1Geding in cassatie
De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2018.
Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 501.
Nr. 17/04027
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 juli 2017, nr. 15/01235, op het hoger beroep van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 14/7439) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikking.
1Geding in cassatie
De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2018.
Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 501.