Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:563
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:563 → ECLI:NL:PHR:2018:334
Inhoudsindicatie
Betekening appeldagvaarding. Achteraf vastgestelde onjuiste feitelijke grondslag op de grond dat BRP-adres verdachte in ID-staten SKDB waarvan Hof kennelijk is uitgegaan, niet overeenkomt met BRP-adres verdachte in ID-staat SKDB van latere datum. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Appeldagvaarding is tevergeefs aangeboden op BRP-adres verdachte, zoals dat blijkt uit ID-staten SKDB van 23-11-2015, 10-12-2015 en 5-1-2016, en vervolgens ex art. 588.3.c Sv uitgereikt aan griffier met verzending van afschrift appeldagvaarding aan voornoemd adres. ID-staat SKDB van 29-4-2016 houdt in dat verdachte in desbetreffende periode in BRP stond ingeschreven op ander adres. Gelet op inhoud ID-staat SKDB d.d. 29-4-2016, rijst het ernstige vermoeden dat ‘s Hofs oordeel dat appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend op een onjuiste feitelijke grondslag berust. HR verklaart dagvaarding in h.b. nietig.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.780 tekens)
Strafkamer
nr. S 16/02910
JH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 1 februari 2016, nummer 22/004984-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.T.C.M. Crepin, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
2. Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig is betekend.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal is het middel terecht voorgesteld.
3Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 april 2018.