Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:46
2018-01-16
Strafrecht
16/04737
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:46 → ECLI:NL:PHR:2017:1456 gevolgd
Inhoudsindicatie
Verwerping verweer over niet-ontvankelijkheid OM. Ne-bis-in-idem. Vervolging t.z.v. weigeren medewerking te verlenen aan ademanalyseonderzoek (art. 8 WVW 1994), voor welk feit aan verdachte reeds een Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (LEMA) is opgelegd, levert geen dubbele bestraffing op. HR: art. 81.1 RO, met verwijzing naar ECLI:NL:HR:2018:23.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2018:23 Hoge Raad 16-01-2018
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:PHR:2019:696 Parket bij de Hoge Raad 02-07-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:697 Parket bij de Hoge Raad 02-07-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1090 Parket bij de Hoge Raad 02-10-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:772 Parket bij de Hoge Raad 10-07-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:682 Parket bij de Hoge Raad 15-05-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.475 tekens)
16 januari 2018
Strafkamer
nr. S 16/04737
CeH/AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 19 juli 2016, nummer 22/004955-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.R. Schuckink Kool, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. (Vgl. HR 16 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:23.)
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en Y. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2018.
Strafkamer
nr. S 16/04737
CeH/AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 19 juli 2016, nummer 22/004955-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.R. Schuckink Kool, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. (Vgl. HR 16 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:23.)
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en Y. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2018.