Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:408
2018-03-23
Bestuursrecht; Belastingrecht
17/02791
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2018:408 → ECLI:NL:GHDHA:2017:1270
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (9)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1745 Gerechtshof Den Haag 18-08-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1744 Gerechtshof Den Haag 18-08-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2021:2073 Gerechtshof Den Haag 21-10-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:388 Gerechtshof Den Haag 09-03-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:546 Gerechtshof Den Haag 09-03-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3309 Gerechtshof Den Haag 11-12-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3308 Gerechtshof Den Haag 11-12-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3309 Gerechtshof Den Haag 11-12-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3308 Gerechtshof Den Haag 11-12-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (2.338 tekens)
23 maart 2018
Nr. 17/02791
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 2 mei 2017, nrs. BK-15/00894, BK-15/00895 en BK-15/00896, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 10/8261, SGR 11/5410 en SGR 11/5402) betreffende de aan belanghebbende voor/over het jaar 2004 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en navorderingsaanslag premie Ziekenfondswet, en de ten aanzien van belanghebbende voor het jaar 2004 gegeven beschikkingen als bedoeld in de artikelen 3.151, lid 1, 3.152, lid 1 en 6.2a, lid 1, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. Hij heeft tevens incidenteel beroep in cassatie ingesteld.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend en schriftelijk zijn zienswijze omtrent het incidenteel beroep naar voren gebracht.
2Beoordeling van de klachten in het principale beroep
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beoordeling van het middel in het incidenteel beroep
Het middel in het incidenteel beroep kan evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5Beslissing
De Hoge Raad verklaart beide beroepen in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2018.
Nr. 17/02791
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 2 mei 2017, nrs. BK-15/00894, BK-15/00895 en BK-15/00896, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 10/8261, SGR 11/5410 en SGR 11/5402) betreffende de aan belanghebbende voor/over het jaar 2004 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en navorderingsaanslag premie Ziekenfondswet, en de ten aanzien van belanghebbende voor het jaar 2004 gegeven beschikkingen als bedoeld in de artikelen 3.151, lid 1, 3.152, lid 1 en 6.2a, lid 1, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. Hij heeft tevens incidenteel beroep in cassatie ingesteld.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend en schriftelijk zijn zienswijze omtrent het incidenteel beroep naar voren gebracht.
2Beoordeling van de klachten in het principale beroep
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beoordeling van het middel in het incidenteel beroep
Het middel in het incidenteel beroep kan evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5Beslissing
De Hoge Raad verklaart beide beroepen in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2018.