Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:362
2018-03-16
Bestuursrecht; Belastingrecht
17/03221
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2018:362 → ECLI:NL:GHAMS:2017:1895 (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
Inhoudsindicatie
Kansspelbelasting. Art. 2, lid 2, en 3, Wet KSB; art. 56 en 57 VWEU. Plaats van vestiging houder internetpoker is bepalend voor kwalificatie als binnenlands of buitenlands kansspel.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (8)
- ECLI:NL:HR:2020:1416 Hoge Raad 11-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:1380 Parket bij de Hoge Raad 31-12-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1377 Parket bij de Hoge Raad 31-12-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1376 Parket bij de Hoge Raad 31-12-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1378 Parket bij de Hoge Raad 31-12-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1379 Parket bij de Hoge Raad 31-12-2019
- ECLI:NL:GHSHE:2018:5298 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31-12-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:925 Parket bij de Hoge Raad 03-09-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (2.205 tekens)
16 maart 2018
nr. 17/03221
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 mei 2017, nr. 16/00019, op het hoger beroep van de Inspecteur en het incidenteel hoger beroep van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 15/2405) betreffende het door belanghebbende op aangifte voldane bedrag aan kansspelbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.
2Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel, dat zich richt tegen het oordeel van het Hof dat de heffing van kansspelbelasting in strijd is met het vrije verkeer van diensten in de EU, slaagt op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 17/02691 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
2.2.
Gelet op hetgeen hiervoor in 2.1 is overwogen, kan ’s Hofs uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, en
verwijst het geding naar het Gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra, Th. Groeneveld, J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers‑van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2018.
nr. 17/03221
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 mei 2017, nr. 16/00019, op het hoger beroep van de Inspecteur en het incidenteel hoger beroep van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 15/2405) betreffende het door belanghebbende op aangifte voldane bedrag aan kansspelbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.
2Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel, dat zich richt tegen het oordeel van het Hof dat de heffing van kansspelbelasting in strijd is met het vrije verkeer van diensten in de EU, slaagt op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 17/02691 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
2.2.
Gelet op hetgeen hiervoor in 2.1 is overwogen, kan ’s Hofs uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, en
verwijst het geding naar het Gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra, Th. Groeneveld, J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers‑van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2018.