Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:301
2018-03-02
Civiel recht
16/05622
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2018:301 → ECLI:NL:GHAMS:2016:3246 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:301 → ECLI:NL:PHR:2017:1437 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Pensioenrecht. Uitstel pensioendatum, voor verhoging geldende omrekenfactoren, toepassing bevoegdheid bestuur pensioenfonds, redelijkheid en billijkheid. Uitleg pensioenreglement. Opgewekt vertrouwen, nadeel; causaal verband met beslissing over pensioendatum.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (8)
- ECLI:NL:RBAMS:2019:7228 Rechtbank Amsterdam 27-09-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2019:7232 Rechtbank Amsterdam 27-09-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2019:7233 Rechtbank Amsterdam 27-09-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2019:7234 Rechtbank Amsterdam 27-09-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2019:7227 Rechtbank Amsterdam 27-09-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2019:7229 Rechtbank Amsterdam 27-09-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2019:7231 Rechtbank Amsterdam 27-09-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2019:7226 Rechtbank Amsterdam 27-09-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (2.486 tekens)
2 maart 2018
Eerste Kamer
16/05622
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,
t e g e n
STICHTING ALCATEL-LUCENT PENSIOENFONDS,gevestigd te Amstelveen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en het Pensioenfonds.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 3067345\CV EXPL 14-13782 van de kantonrechter te Amsterdam van 12 februari 2015;
b. het arrest in de zaak 200.170.140/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 augustus 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het Pensioenfonds heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 12 januari 2018 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Pensioenfonds begroot op € 856,34 aan verschotten en€ 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsherenA.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 2 maart 2018.
Eerste Kamer
16/05622
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,
t e g e n
STICHTING ALCATEL-LUCENT PENSIOENFONDS,gevestigd te Amstelveen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en het Pensioenfonds.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 3067345\CV EXPL 14-13782 van de kantonrechter te Amsterdam van 12 februari 2015;
b. het arrest in de zaak 200.170.140/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 augustus 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het Pensioenfonds heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 12 januari 2018 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Pensioenfonds begroot op € 856,34 aan verschotten en€ 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsherenA.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 2 maart 2018.