Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:26
2018-01-09
Strafrecht
16/02911
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2018:26 → ECLI:NL:GHSHE:2016:1865 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:26 → ECLI:NL:PHR:2017:1410 gevolgd
Inhoudsindicatie
Medeplegen van (gewoonte)witwassen d.m.v. “money transfers” vanuit Nederland naar Jamaica, art. 420ter Sr en art. 420bis.1.b Sr. 1. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM gelet op door Nederlandse autoriteiten gefaciliteerde verkapte uitlevering. 2. Bewijsklacht. 3. Redelijke termijn in h.b. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met ECLI:NL:HR:2017:698.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:RBAMS:2024:701 Rechtbank Amsterdam 27-02-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:700 Rechtbank Amsterdam 27-02-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:703 Rechtbank Amsterdam 27-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2019:77 Parket bij de Hoge Raad 22-01-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.411 tekens)
9 januari 2018
Strafkamer
nr. S 16/02911
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 mei 2016, nummer 20/001629-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 januari 2018.
Strafkamer
nr. S 16/02911
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 mei 2016, nummer 20/001629-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 januari 2018.