Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:2424
2018-11-20
Strafrecht
17/01061
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:2424 → ECLI:NL:PHR:2018:1052
Inhoudsindicatie
Mishandeling door zwangere vrouw in aanwezigheid van haar 11-jarige zoon meermalen te schoppen, art. 300.1 Sr. 1. Schending art. 415.2 Sv. 2, nu onderzoek zich niet heeft gericht op bezwaren verdediging tegen vonnis Pr. 2. Hof heeft bij beslissing geen kennis genomen van verhoren bij RC. 3. Betrouwbaarheid verklaringen aangeefster en haar echtgenoot. 4. Hof kon gelet bepleite vrijspraak niet volstaan met verwijzing naar b.m. 5. Persoonlijke omstandigheden verdachte betrokken in strafmotivering, terwijl verdachte niet ttz. aanwezig was. 6. Overschrijding redelijke termijn. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.544 tekens)
20 november 2018
Strafkamer
nr. S 17/01061
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van
6 december 2016, nummer 22/001317-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedatum] 1966.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.J. de Bruin, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president
W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2018.
Strafkamer
nr. S 17/01061
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van
6 december 2016, nummer 22/001317-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedatum] 1966.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.J. de Bruin, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president
W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2018.