Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:2340
2018-12-18
Strafrecht
17/02629
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:2340 → ECLI:NL:PHR:2018:1398
Inhoudsindicatie
Hennepteelt in woning verdachte (art. 3.B Opiumwet) en diefstal d.m.v. verbreking van elektriciteit t.b.v. hennepkwekerij (art. 311.1.5 Sr). Klacht dat uit ’s Hofs bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat verdachte zelf uitvoeringshandelingen heeft verricht m.b.t. telen hennep en wegnemen elektriciteit. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/02632 P.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (21)
- ECLI:NL:PHR:2026:438 Parket bij de Hoge Raad 12-05-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:373 Parket bij de Hoge Raad 07-04-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:1351 Parket bij de Hoge Raad 09-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:953 Parket bij de Hoge Raad 20-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:1380 Parket bij de Hoge Raad 17-12-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:626 Parket bij de Hoge Raad 27-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:196 Parket bij de Hoge Raad 28-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:660 Parket bij de Hoge Raad 05-07-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:660 Parket bij de Hoge Raad 05-07-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:528 Parket bij de Hoge Raad 05-04-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:528 Parket bij de Hoge Raad 05-04-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:1157 Parket bij de Hoge Raad 07-12-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1157 Parket bij de Hoge Raad 07-12-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:959 Parket bij de Hoge Raad 12-10-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:696 Parket bij de Hoge Raad 11-05-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:696 Parket bij de Hoge Raad 11-05-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:414 Parket bij de Hoge Raad 20-04-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:1124 Parket bij de Hoge Raad 08-12-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:613 Parket bij de Hoge Raad 23-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:1214 Parket bij de Hoge Raad 27-08-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:142 Parket bij de Hoge Raad 19-02-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.441 tekens)
18 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/02629
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 26 april 2017, nummer 21/003449-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2018.
Strafkamer
nr. S 17/02629
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 26 april 2017, nummer 21/003449-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2018.