Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:2293

2018-12-11 Strafrecht 17/02957
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-12-11
Publicatiedatum
2018-12-11
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/02957
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/64

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Ambtshalve opmerking AG over in cassatie ontbrekende pleitnota. Klachten over 1. afwijking van uos m.b.t. de opbrengst van één oogst van 80 kilogram natte hennep en 2. oordeel Hof t.a.v. vastgestelde overschrijding redelijke termijn. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/03178, 17/05748 en 17/05752.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (5)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.623 tekens)
11 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/02957 P
DAZ/CB

Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 6 juni 2017, nummer 21/005898-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:



[betrokkene]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft G.J.P.M. Mooren, advocaat te Goirle, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het eerste middel is schriftelijk toegelicht.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.


2 Beoordeling van de middelen




De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2018.