Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:2024

2018-10-30 Strafrecht 18/02295
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-10-30
Publicatiedatum
2018-10-31
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/02295
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2018/1226

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Executie-uitlevering van opgeëiste persoon (Turkse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. veroordeling voor zware mishandeling (meermalen gepleegd). Bevoegdheidstoedeling aan uitleringsrechter en Minister. Is uitleveringsrechter bevoegd te oordelen over beroep op (dreigende) schending van art. 6 EVRM op de grond dat opgeëiste persoon in Turkije geen herzieningsverzoek heeft kunnen indienen? HR: art. 81.1 RO. CAG: In uitspraak heeft Rb als haar oordeel tot uitdrukking gebracht dat hetgeen namens opgeëiste persoon is aangevoerd niet tot conclusie kan leiden dat uitlevering ontoelaatbaar moet worden verklaard, nu niet kan worden vastgesteld dat sprake is van voltooide flagrante schending van art. 6 EVRM. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.438 tekens)
30 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 18/02295 U
ES


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 3 mei 2018, nummer [001] , op een verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering van:



[de opgeëiste persoon]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft B.Th. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.






2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.




3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 oktober 2018.