Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:195

2018-02-13 Strafrecht 14/05324
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-02-13
Publicatiedatum
2018-02-13
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
14/05324
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2018/285

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 197 Sr. Verblijf in NL na ongewenstverklaring. Falende klacht over ongeldigheid van de ongewenstverklaring a.g.v. een latere jegens verdachte uitgevaardigd inreisverbod, dan wel a.g.v. verval van rechtswege door tijdsverloop. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met niet gepubliceerde zaken (art. 81.1 RO) 14/05329; 15/00326; 15/00327; 16/02548; 16/02549; 16/02550; 16/02551.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.570 tekens)
13 februari 2018
Strafkamer
nr. S 14/05324
SLU

Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 10 juli 2014, nummer 23/005590-13, in de strafzaak tegen:




[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954.





1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V. Senczuk, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.


2 Beoordeling van het middel




Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak


De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van vijf maanden.





4Slotsom


Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.





5Beslissing


De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze vier maanden en twee weken beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 februari 2018.