Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:1814
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:1814 → ECLI:NL:PHR:2018:550
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op gestolen auto. Rb heeft klaagschrift koper auto (klager) ongegrond verklaard, klaagschrift Duitse verzekeringsmaatschappij (belanghebbende) gegrond verklaard en teruggave gelast van auto aan belanghebbende. Beschikking in het openbaar uitgesproken? Art. 24.1 Sv. Hoewel beschikking vermeldt dat deze ter openbare zitting is uitgesproken, is daarvan geen apart p-v opgemaakt. N.a.v. verzoek van rolraadsheer HR heeft behandelend rechter Rb bericht dat “de gebruikelijke gang van zaken” is dat beschikking op uitspraakdatum aan raadsman wordt verzonden. Uit aan HR gezonden stukken blijkt niet dat bestreden beslissing ex art. 24.1 Sv in het openbaar is uitgesproken, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit niet is geschied. HR zal doen wat Rb had behoren te doen en zelf bestreden beslissing ter openbare tz. uitspreken (vgl. ECLI:NL:HR:2009:BJ7799). Volgt verwerping.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2025:901 Parket bij de Hoge Raad 26-08-2025
- ECLI:NL:PHR:2022:1137 Parket bij de Hoge Raad 13-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1137 Parket bij de Hoge Raad 13-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1142 Parket bij de Hoge Raad 13-12-2022
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.188 tekens)
Strafkamer
nr. S 16/05537 B
SA
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 1 november 2016, nummer RK 16/2971, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft M. van Stratum, advocaat te Nootdorp, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het tweede middel
2.1.
Het middel behelst de klacht dat de bestreden beslissing niet in het openbaar is uitgesproken.
2.2.
Uit de aan de Hoge Raad gezonden stukken blijkt niet dat de bestreden beslissing overeenkomstig art. 24, eerste lid, Sv in het openbaar is uitgesproken, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit niet is geschied. Het middel klaagt daarover terecht.
2.3.
De Hoge Raad zal doen wat de Rechtbank had behoren te doen en zelf de bestreden beslissing ter openbare terechtzitting uitspreken (vgl. HR 15 december 2009, ECLI:NL: HR:2009:BJ7799, NJ 2010/610).
3Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 oktober 2018.