Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:1122

2018-07-10 Strafrecht 16/05702
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-07-10
Publicatiedatum
2018-07-09
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
16/05702
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW2018/945

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Antilliaanse zaak. Doodslag en poging tot doodslag. Middelen o.m. m.b.t. verwerping beroep noodweerexces, meerdaadse samenloop en de strafmotivering. CAG: art. 1:115 Wetboek van Strafrecht van Curaçao (SrC) en art. 41 Sr hebben dezelfde strekking. Het oordeel van het Hof dat het beroep op noodweerexces moet worden verworpen is onjuist noch onbegrijpelijk. CAG voorts over de samenloopbepaling van art. 1:133 SrC en art. 1:134 SrC. Die hebben dezelfde strekking als art. 55 Sr en art. 56 Sr. Art. 401 SrC en art. 402 SrC, kennen hun evenknie in art. 358 Sv en 359 Sv. HR: art 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.701 tekens)
10 juli 2018
Strafkamer
nr. S 16/05702 A
SA

Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 24 november 2016, nummer H 123/2016, in de strafzaak tegen:




[verdachte]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.





1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering van deze straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.





2Beoordeling van de middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak


De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van twaalf jaren.





4Slotsom


Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.






5Beslissing


De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze elf jaren en acht maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in het bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2018.