Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:1058

2018-07-03 Strafrecht 16/04960
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-07-03
Publicatiedatum
2018-07-02
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
16/04960
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2018/864

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Mensensmokkel, art. 197a.2 Sr. Medeplegen van een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Frankrijk, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is. Bewijsklachten m.b.t. opzet op behulpzaamheid en wetenschap of vermoeden van wederrechtelijkheid verblijf. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.445 tekens)
3 juli 2018
Strafkamer
nr. S 16/04960
ABO


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 3 oktober 2016, nummer 21/007568-14, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het middel


Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2018.