Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:1026
2018-06-29
Civiel recht
17/00253
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:1026 → ECLI:NL:PHR:2018:701 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Procesrecht. Vordering werkgever jegens werknemer wegens onregelmatigheden; art. 7A:1615da BW Aruba (vgl. art. 7:661 BW). Rechterswisseling na mondelinge behandeling. (HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, NJ 2015/181 en HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:662)
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2017:1013 Hoge Raad 02-06-2017
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:PHR:2019:1267 Parket bij de Hoge Raad 22-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1137 Parket bij de Hoge Raad 04-10-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1137 Parket bij de Hoge Raad 04-10-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1137 Parket bij de Hoge Raad 04-10-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1137 Parket bij de Hoge Raad 04-10-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:179 Parket bij de Hoge Raad 25-01-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (2.992 tekens)
29 juni 2018
Eerste Kamer
17/00253
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster] ,wonende in [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
[verweerster],gevestigd in [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerster].
1Het geding
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a) het vonnis in de zaak AR 1699 van 2013 van het gerecht in eerste aanleg van Aruba van 4 december 2013;
b) de vonnissen in de zaak Ghis 69490 - AR 1699/13- H 237/14 van het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 23 februari 2016 en 18 oktober 2016;
c) het arrest in het incident in deze zaak van de Hoge Raad van 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1013.
De vonnissen van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de vonnissen van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatieverzoekschrift zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
[verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 4 mei 2018 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijdevan [verweerster] begroot op € 2.672,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.J. Kroeze en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 29 juni 2018.
Eerste Kamer
17/00253
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster] ,wonende in [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
[verweerster],gevestigd in [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerster].
1Het geding
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a) het vonnis in de zaak AR 1699 van 2013 van het gerecht in eerste aanleg van Aruba van 4 december 2013;
b) de vonnissen in de zaak Ghis 69490 - AR 1699/13- H 237/14 van het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 23 februari 2016 en 18 oktober 2016;
c) het arrest in het incident in deze zaak van de Hoge Raad van 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1013.
De vonnissen van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de vonnissen van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatieverzoekschrift zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
[verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 4 mei 2018 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijdevan [verweerster] begroot op € 2.672,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.J. Kroeze en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 29 juni 2018.