Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:82
2017-01-27
Bestuursrecht; Belastingrecht
16/03876
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2017:82 → ECLI:NL:GHDHA:2016:1783
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (9)
- ECLI:NL:CBB:2019:296 College van Beroep voor het bedrijfsleven 23-07-2019
- ECLI:NL:RBROT:2018:7952 Rechtbank Rotterdam 07-09-2018
- ECLI:NL:RBROT:2018:7953 Rechtbank Rotterdam 07-09-2018
- ECLI:NL:RBROT:2018:8006 Rechtbank Rotterdam 07-09-2018
- ECLI:NL:RBROT:2018:8004 Rechtbank Rotterdam 07-09-2018
- ECLI:NL:RBROT:2018:7957 Rechtbank Rotterdam 07-09-2018
- ECLI:NL:RBROT:2018:7954 Rechtbank Rotterdam 07-09-2018
- ECLI:NL:RBROT:2018:7956 Rechtbank Rotterdam 07-09-2018
- ECLI:NL:RBROT:2018:7955 Rechtbank Rotterdam 07-09-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.567 tekens)
27 januari 2017
Nr. 16/03876
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 21 juni 2016, nrs. BK-15/00790 en BK-15/00791, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 14/4326 en SGR 14/4328) betreffende ten aanzien van belanghebbende genomen informatiebeschikkingen als bedoeld in artikel 52a, lid 1, van de AWR.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2017.
Nr. 16/03876
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 21 juni 2016, nrs. BK-15/00790 en BK-15/00791, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 14/4326 en SGR 14/4328) betreffende ten aanzien van belanghebbende genomen informatiebeschikkingen als bedoeld in artikel 52a, lid 1, van de AWR.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2017.