Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2017:583

2017-04-04 Strafrecht 15/05622
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2017-04-04
Publicatiedatum
2017-04-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
15/05622
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2017/469

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Schietpartij op woonwagenkamp te Breda, waarbij verdachte is veroordeeld wegens medeplegen moord op 12-jarige jongen en medeplegen poging tot moord op diens moeder. Medeplegen en voorbedachte raad. HR: art. 81.1 RO met verwijzing naar samenhangende zaak ECLI:NL:HR:2017:581. Samenhang met 15/05620.

Citeert (1)

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.572 tekens)
4 april 2017
Strafkamer
nr. S 15/05622
LBS/SA


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 november 2015, nummer 20/000872-13, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. het heden uitgesproken arrest van de Hoge Raad in de zaak 15/05621, ECLI:NL:HR:2017:581).





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 april 2017.