Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:409
2017-03-10
Civiel recht
16/00381
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2017:409 → ECLI:NL:GHSHE:2015:4998 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:409 → ECLI:NL:PHR:2017:2 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Bedrijfsruimte verhuurd door erfpachter die failliet gaat. Vervolgens eindigt de erfpacht. Wie is gerechtigd tot incasso huurpenningen: de curator of de eigenaar van het pand? Wat is de rechtsgrond van de betalingen? Mededeling curator dat de huurder bevrijdend aan eigenaar kan betalen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.426 tekens)
10 maart 2017
Eerste Kamer
16/00381
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
BBZ RECYCLING B.V.,gevestigd te Bergen op Zoom,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. C.S.G. Janssens,
t e g e n
[verweerster],gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. M.S. van der Keur en mr. C.J-A. Seinen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als BBZ en [verweerster].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/02/297110/KG ZA 15-176 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 28 april 2015;
b. het arrest in de zaak 200.171.121/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 december 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft BBZ beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van BBZ heeft bij brief van 19 januari 2017 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt BBZ in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 10 maart 2017.
Eerste Kamer
16/00381
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
BBZ RECYCLING B.V.,gevestigd te Bergen op Zoom,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. C.S.G. Janssens,
t e g e n
[verweerster],gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. M.S. van der Keur en mr. C.J-A. Seinen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als BBZ en [verweerster].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/02/297110/KG ZA 15-176 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 28 april 2015;
b. het arrest in de zaak 200.171.121/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 december 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft BBZ beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van BBZ heeft bij brief van 19 januari 2017 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt BBZ in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 10 maart 2017.