Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:369
2017-03-07
Strafrecht
15/04704
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:369 → ECLI:NL:PHR:2017:116 gevolgd
Inhoudsindicatie
Voorbereidingshandelingen voor gewapende overval op onbekend gebleven persoon in Rotterdam. 1. Onrechtmatige doorzoeking van auto leidt niet tot bewijsuitsluiting of strafvermindering. 2. Uos t.a.v. betrouwbaarheid van bij de politie afgelegde verklaringen van medeverdachten. 3. Ondervragingsrecht t.a.v. getuigen (medeverdachten) die zowel in e.a. als in h.b. een beroep hebben gedaan op hun verschoningsrecht. Verklaringen vinden in voldoende mate steun in andere b.m. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met nr. 15/04668 en 16/00456.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2023:605 Parket bij de Hoge Raad 20-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2018:536 Parket bij de Hoge Raad 29-05-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.396 tekens)
7 maart 2017
Strafkamer
nr. S 15/04704
CeH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 september 2015, nummer 22/000951-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.G. Vos, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 maart 2017.
Strafkamer
nr. S 15/04704
CeH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 september 2015, nummer 22/000951-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.G. Vos, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 maart 2017.