Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:337
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:337 → ECLI:NL:PHR:2017:107 gevolgd
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op onroerende zaken van BV i.h.k.v. ontnemingszaak tegen (indirect) bestuurder/enig aandeelhouder. B.V. n-o verklaard in klaagschrift, nu dit niet is ingediend binnen 3 maanden na onherroepelijk geworden uitspraak in ontnemingszaak tegen bestuurder/enig aandeelhouder. Art. 552a.3 Sv. Geen verontschuldigbare termijnoverschrijding. Casus: Op 3-4-2008 is beslag gelegd op registergoederen, waarna op 27-5-2011 onherroepelijk uitspraak is gedaan in ontnemingszaak. Op 20-1-2015 is namens klaagster een klaagschrift ingediend. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG kan het middel niet tot cassatie leiden. CAG: ’s Hofs oordeel dat klaagster reeds op 3-4-2008 op de hoogte was van beslagleggingen, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Beslissing tot strafrechtelijke inbeslagname van registergoederen is immers op die datum overeenkomstig toepasselijke bepalingen uit Rv rechtsgeldig betekend aan bestuurder/enig aandeelhouder. P-v van inbeslagneming is ingeschreven in openbare registers. Uitspraken Hof in strafzaak en ontnemingszaak tegen bestuurder/enig aandeelhouder zijn op tegenspraak gewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2019:297 Parket bij de Hoge Raad 26-03-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.474 tekens)
Strafkamer
nr. S 15/02808 B
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 7 mei 2015, nummer R000200-15, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster]
, gevestigd te [vestigingsplaats].
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep
2Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt dat het Hof de klaagster ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.9 kan het middel niet tot cassatie leiden.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2017.