Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:3188
2017-12-19
Strafrecht
16/03331
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:3188 → ECLI:NL:PHR:2017:1364 gevolgd
Inhoudsindicatie
Eenvoudige belediging door spugen in gezicht buschauffeur. Art. 266 Sr. Falende middelen over 1. Toepassing noodzakelijkheidscriterium bij afwijzing verzoek getuigen strijdig met art. 6.3.b EVRM, ondanks dat appelschriftuur niet is ingediend binnen 14 dagen? 2. Taalbarrière tussen getuigen, waarbij getuige X in gebrekkig Nederlands en Engels en met gebaren aan getuige Y (die als bijzonder opsporingsambtenaar werkzaam was) een verklaring heeft afgelegd. Afwijzing horen van getuige X toereikend gemotiveerd? 3. Wordt bewezenverklaring voldoende gesteund door de eigen waarnemingen van getuigen X en Y? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:PHR:2024:300 Parket bij de Hoge Raad 26-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2022:538 Parket bij de Hoge Raad 07-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2019:307 Parket bij de Hoge Raad 02-04-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:229 Parket bij de Hoge Raad 20-03-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:195 Parket bij de Hoge Raad 23-01-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.412 tekens)
19 december 2017
Strafkamer
nr. S 16/03331
KD/AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 15 juni 2016, nummer 22/002494-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.R. Weening, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2017.
Strafkamer
nr. S 16/03331
KD/AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 15 juni 2016, nummer 22/002494-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.R. Weening, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2017.