Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2017:3112

2017-12-12 Strafrecht 17/01740
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2017-12-12
Publicatiedatum
2017-12-12
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/01740
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2018/57

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Economische zaak. Taxivervoer zonder vergunning. Middelen over 1. afwijzing door poortraadsheer en Hof van verzoek nader onderzoek geestvermogens verdachte, 2. verwerping beroep ontoerekeningsvatbaarheid en afwijzing verzoek toepassing art. 9a Sr en 3. begrijpelijkheid oordeel Hof dat verdachte er blijk van heeft gegeven dat hij weet heeft van wat illegaal taxivervoer inhoudt. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/01743.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.437 tekens)
12 december 2017
Strafkamer
nr. S 17/01740 E
vdS/EC


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 2 februari 2017, nummer 20/003629-14, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1969.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. Hörchner, advocaat te Breda, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.






2Beoordeling van de middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 december 2017.