Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:2885
2017-11-17
Bestuursrecht; Belastingrecht
16/05798
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2017:2885 → ECLI:NL:GHDHA:2016:3314
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (7)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2637 Gerechtshof Den Haag 29-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2019:1074 Parket bij de Hoge Raad 08-10-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:1184 Gerechtshof Den Haag 08-05-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:1184 Gerechtshof Den Haag 08-05-2019
- ECLI:NL:RBDHA:2018:9386 Rechtbank Den Haag 05-07-2018
- ECLI:NL:RBDHA:2018:9386 Rechtbank Den Haag 05-07-2018
- ECLI:NL:RBDHA:2018:9386 Rechtbank Den Haag 05-07-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.531 tekens)
17 november 2017
Nr. 16/05798
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 19 oktober 2016, nr. BK‑16/00207, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 15/7233) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2010 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers‑van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2017.
Nr. 16/05798
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 19 oktober 2016, nr. BK‑16/00207, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 15/7233) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2010 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers‑van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2017.