Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:277
2017-02-17
Civiel recht
15/03855
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- herstel ECLI:NL:HR:2017:277 → ECLI:NL:HR:2017:143
Inhoudsindicatie
Onbevoegde vertegenwoordiging. Herstelarrest met betrekking tot HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:143.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (26)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:6834 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 01-07-2026
- ECLI:NL:GHARL:2025:5586 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 02-09-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:407 Parket bij de Hoge Raad 04-04-2025
- ECLI:NL:OGHACMB:2024:136 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30-07-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2023:3185 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23-01-2023
- ECLI:NL:GHARL:2022:1558 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-03-2022
- ECLI:NL:OGEAA:2021:607 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 17-11-2021
- ECLI:NL:GHAMS:2021:1880 Gerechtshof Amsterdam 22-06-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2020:9362 Rechtbank Limburg 25-11-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:886 Parket bij de Hoge Raad 02-10-2020
- ECLI:NL:RBAMS:2020:2706 Rechtbank Amsterdam 28-05-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:586 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-02-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:1039 Parket bij de Hoge Raad 11-10-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1039 Parket bij de Hoge Raad 11-10-2019
- ECLI:NL:RBNNE:2019:1715 Rechtbank Noord-Nederland 24-04-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:127 Parket bij de Hoge Raad 11-01-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1111 Parket bij de Hoge Raad 05-10-2018
- ECLI:NL:RVS:2018:1368 Raad van State 25-04-2018
- ECLI:NL:OGHACMB:2018:80 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 24-04-2018
- ECLI:NL:RBLIM:2018:2530 Rechtbank Limburg 21-03-2018
- ECLI:NL:GHARL:2018:2215 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 06-03-2018
- ECLI:NL:GHARL:2017:10440 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-11-2017
- ECLI:NL:OGHACMB:2017:94 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 05-09-2017
- ECLI:NL:GHARL:2017:5411 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27-06-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:308 Parket bij de Hoge Raad 07-04-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2017:1102 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21-03-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (3.031 tekens)
17 februari 2017
Eerste Kamer
15/03855
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J. van der Beek,
t e g e n
AVENTURA REAL ESTATE N.V.,gevestigd te Aruba,
VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. P. Kuipers.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Aventura.
1Het arrest in dit geding
De Hoge Raad heeft in deze zaak op 3 februari 2017 een arrest uitgesproken. Dit arrest wijkt af van de in raadkamer vastgestelde versie daarvan. In rov. 4.2.3 van het uitgesproken arrest is het begin van de tweede volzin onvolledig weergegeven. Voorts staat in de slotzin van rov. 4.3 ‘geen omstandigheden’, terwijl in de vastgestelde versie staat: ‘geen feiten of omstandigheden’.
De Hoge Raad zal deze misslagen herstellen. De desbetreffende overwegingen dienen als volgt te worden gelezen:
“4.2.3 Dit risicobeginsel gaat niet zo ver dat voor toepassing daarvan ook ruimte is in gevallen waarin het tegenover de wederpartij gewekte vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen of gedragingen van de onbevoegd handelende persoon. Uit het arrest ING/Bera volgt dat de rechter in zijn uitspraak mede feiten of omstandigheden dient vast te stellen die de onbevoegd vertegenwoordigde betreffen en die rechtvaardigen dat laatstgenoemde in zijn verhouding tot de wederpartij het risico van de onbevoegde vertegenwoordiging draagt.
4.3
Tegen deze achtergrond treffen de onderdelen 1.1 en 1.2 doel. Het hof heeft in rov. 2.4, eerste alinea, van zijn eindvonnis [verzoeker] gebonden geacht aan de door mr. Kloes in zijn naam ondertekende schikkingsovereenkomst en akte van aandelenoverdracht op de grond dat mr. Kloes zich jegens Aventura heeft gepresenteerd als de advocaat van [verzoeker], die gemachtigd was om namens [verzoeker] akkoord te gaan met de inhoud van beide akten en beide akten te ondertekenen, en dat er geen bewijsmiddelen zijn die erop wijzen dat Aventura niet is afgegaan en/of niet heeft mogen afgaan op die wijze van presentatie. Het hof heeft aldus geen feiten of omstandigheden vastgesteld als hiervoor in 4.2.3, laatste zin, bedoeld.”
2Beslissing
De Hoge Raad:
verbetert bovenvermelde fouten in het op 3 februari 2017 in deze zaak uitgesproken arrest;
stelt deze verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 17 februari 2017.
Eerste Kamer
15/03855
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J. van der Beek,
t e g e n
AVENTURA REAL ESTATE N.V.,gevestigd te Aruba,
VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. P. Kuipers.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Aventura.
1Het arrest in dit geding
De Hoge Raad heeft in deze zaak op 3 februari 2017 een arrest uitgesproken. Dit arrest wijkt af van de in raadkamer vastgestelde versie daarvan. In rov. 4.2.3 van het uitgesproken arrest is het begin van de tweede volzin onvolledig weergegeven. Voorts staat in de slotzin van rov. 4.3 ‘geen omstandigheden’, terwijl in de vastgestelde versie staat: ‘geen feiten of omstandigheden’.
De Hoge Raad zal deze misslagen herstellen. De desbetreffende overwegingen dienen als volgt te worden gelezen:
“4.2.3 Dit risicobeginsel gaat niet zo ver dat voor toepassing daarvan ook ruimte is in gevallen waarin het tegenover de wederpartij gewekte vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen of gedragingen van de onbevoegd handelende persoon. Uit het arrest ING/Bera volgt dat de rechter in zijn uitspraak mede feiten of omstandigheden dient vast te stellen die de onbevoegd vertegenwoordigde betreffen en die rechtvaardigen dat laatstgenoemde in zijn verhouding tot de wederpartij het risico van de onbevoegde vertegenwoordiging draagt.
4.3
Tegen deze achtergrond treffen de onderdelen 1.1 en 1.2 doel. Het hof heeft in rov. 2.4, eerste alinea, van zijn eindvonnis [verzoeker] gebonden geacht aan de door mr. Kloes in zijn naam ondertekende schikkingsovereenkomst en akte van aandelenoverdracht op de grond dat mr. Kloes zich jegens Aventura heeft gepresenteerd als de advocaat van [verzoeker], die gemachtigd was om namens [verzoeker] akkoord te gaan met de inhoud van beide akten en beide akten te ondertekenen, en dat er geen bewijsmiddelen zijn die erop wijzen dat Aventura niet is afgegaan en/of niet heeft mogen afgaan op die wijze van presentatie. Het hof heeft aldus geen feiten of omstandigheden vastgesteld als hiervoor in 4.2.3, laatste zin, bedoeld.”
2Beslissing
De Hoge Raad:
verbetert bovenvermelde fouten in het op 3 februari 2017 in deze zaak uitgesproken arrest;
stelt deze verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 17 februari 2017.