Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:2605
2017-10-13
Bestuursrecht; Belastingrecht
17/03355
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2017:2605 → ECLI:NL:GHAMS:2017:2163
Inhoudsindicatie
HR: art. 80a RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (14)
- ECLI:NL:GHDHA:2026:662 Gerechtshof Den Haag 16-04-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2023:2315 Gerechtshof Den Haag 07-11-2023
- ECLI:NL:RBROT:2023:2010 Rechtbank Rotterdam 03-03-2023
- ECLI:NL:RBOBR:2023:521 Rechtbank Oost-Brabant 09-02-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2022:2642 Gerechtshof Den Haag 13-12-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:2630 Gerechtshof Den Haag 19-10-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:2628 Gerechtshof Den Haag 29-09-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1936 Gerechtshof Den Haag 27-09-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1935 Gerechtshof Den Haag 27-09-2022
- ECLI:NL:RBROT:2022:6556 Rechtbank Rotterdam 02-08-2022
- ECLI:NL:RBROT:2021:12862 Rechtbank Rotterdam 22-12-2021
- ECLI:NL:RBROT:2021:7778 Rechtbank Rotterdam 09-08-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1527 Gerechtshof Den Haag 27-07-2021
- ECLI:NL:GHARL:2019:3543 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24-04-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.346 tekens)
13 oktober 2017
nr. 17/03355
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 13 juni 2017, nr. 16/00479, betreffende de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2015 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.
2Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groenveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.
nr. 17/03355
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 13 juni 2017, nr. 16/00479, betreffende de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2015 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.
2Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groenveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.