Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2017:2528

2017-09-29 Civiel recht 17/03320
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2017-09-29
Publicatiedatum
2017-09-29
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
17/03320
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RFR 2018/2 | NJB 2017/1925 | RvdW 2017/1019

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

BOPZ. Voorlopige machtiging. Afwijzing verzoek om contra-expertise (art. 8 lid 6 Wet Bopz). HR 6 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:528, NJ 2015/131.

Citeert (2)

Geciteerd door (6)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.311 tekens)
29 september 2017
Eerste Kamer
17/03320
TT/IF


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking


in de zaak van:



[betrokkene],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.M. Wagemakers,




t e g e n




DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.



Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.





1Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/10/525166/FA RK 17-3225 van de rechtbank Rotterdam van 26 april 2017.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.





2Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank Rotterdam.





3Beoordeling van het middel

3.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een voorlopige machtiging te verlenen ten aanzien van betrokkene.
(ii) De rechtbank heeft dit verzoek op 26 april 2017 mondeling behandeld. Daarbij waren onder meer aanwezig betrokkene, zijn advocaat en zijn behandelend arts.
(iii) Blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling heeft de advocaat medegedeeld dat betrokkene opnieuw onderzocht wil worden omdat hij twijfelt aan de diagnose.




3.2
De rechtbank heeft de verzochte machtiging verleend.


3.3.1
Onderdeel 1 klaagt dat de rechtbank heeft nagelaten te beslissen op het verzoek om een contra-expertise dan wel het verzoek zonder enige motivering heeft afgewezen.



3.3.2
Het onderdeel is gegrond. De rechtbank heeft in haar beschikking geen aandacht besteed aan het verzoek om een contra-expertise. Indien de beschikking aldus moet worden verstaan dat de rechtbank het verzoek heeft afgewezen, heeft te gelden dat een verzoek om een contra-expertise slechts gemotiveerd kan worden afgewezen (zie onder meer HR 29 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5978, NJ 2007/153 en HR 6 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:528, NJ 2015/131).



3.4
Onderdeel 2 behoeft geen behandeling.





4Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 26 april 2017;
wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.



Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 29 september 2017.