Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2017:2482

2017-09-26 Strafrecht 16/02621
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2017-09-26
Publicatiedatum
2017-09-26
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
16/02621
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2017/1040

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Militaire zaak. Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, art. 300.2 Sr en mishandeling, art. 300.1 Sr. Middelen o.m. over oordeel Hof dat de breuk van de bodem van oogkas en blijvend veranderde esthetiek van oog kunnen worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel i.d.z.v. art. 82 Sr en over bevoegdheid Hof tot behandeling van het h.b. door de militaire kamer, art. 2 en 4.2 onder b Wet Militaire Strafrechtspraak. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.541 tekens)
26 september 2017
Strafkamer
nr. S 16/02621 M
ABO


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem (Militaire Kamer), van 7 april 2016, nummer 21/000261-15, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. Gonzalez Bos, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.





2Beoordeling van de middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2017.