Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:2480
2017-09-26
Strafrecht
16/02553
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2017:2480 → ECLI:NL:GHAMS:2016:2741 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:2480 → ECLI:NL:PHR:2017:954 gevolgd
Inhoudsindicatie
Strafmotivering. Hof acht “eenzelfde deels voorwaardelijke gevangenisstraf zoals opgelegd door de rechtbank passend en geboden”. HR: art. 81.1 RO. CAG over uos strafmaat, art. 359.6 Sv en LOVS-oriëntatiepunten.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2021:25 Parket bij de Hoge Raad 12-01-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:948 Parket bij de Hoge Raad 01-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:515 Parket bij de Hoge Raad 02-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2017:1382 Parket bij de Hoge Raad 21-11-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (1.412 tekens)
26 september 2017
Strafkamer
nr. S 16/02553
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 mei 2016, nummer 23/004452-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2017.
Strafkamer
nr. S 16/02553
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 mei 2016, nummer 23/004452-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2017.